Praktijk voor Fysio-, Manuele- en Oedeemtherapie
Vink - Leuth

 

 


 
Index
Fysiotherapie
Sportfysiotherapie
Manuele Therapie
Oedeemtherapie
Bobath therapie




























































































































































 


KIESERTRAINING

Een sterk lichaam kent nauwelijks pijn ...
Als we bovenstaande uitdrukking in relatie zien met het bewegingsapparaat, dan staat hierbij het spierkorset centraal. Immers de spieren zijn de spiegel voor het bewegingsapparaat. Een krachtig spierkorset biedt steun en bescherming aan het lichaam en het functioneren ervan. Door bewegingsarmoede, te eenzijdig bewegen of een abrupt stoppen na en periode van intensieve training wordt onrecht gedaan aan dat ‘sterke’ lichaam en ontstaan op den duur niet zelden chronische pijnklachten.

Wat is het voordeel van meer kracht?
  • De kracht/massaverhouding wordt beter;

  • De onbalansen van spieren en gewrichten verdwijnen;

  • Ook nog op gevorderde leeftijd kan krachttraining worden uitgevoerd en geeft 'n enorm effect op de kwaliteit van  leven;

  • Het bot wordt sterker en op die manier wordt osteoporose tegen gegaan;

  • En op elke leeftijd geeft het een goed figuur.

Het belang van spierkracht neemt bij gevorderde leeftijd steeds toe

De Boston-Studie
Een groep van 86 - 90-jarigen in een bejaardenhuis in Boston nam gedurende 8 weken aan een krachttrainingsprogramma deel. Bij dit trainingsprogramma werd uitsluitend de kniestrekkers getraind. De gemiddelde winst aan spierkracht bedroeg 174%, de winst aan spiermassa 9% en toename van de wandelsnelheid 48%.
Een nauwelijks voorspelbaar resultaat en voor die oudere mensen een verheugende winst aan kwaliteit van leven. Anderszins rijst de vraag, wat hebben deze oudere mensen eerder aan lichaamsactiviteiten gedaan, of niet gedaan, dat ze op deze manier trainbaar waren.
Het is bekend, dat de aanwas van kracht het grootste is bij mensen, die eerder nooit getraind hebben.
Er is in principe geen verschil in de manier van trainen van oude en jonge personen. Er moet echter wel gelet worden, dat de bewegingsomvang in verschillende gewrichten door langdurige onderbelasting sterk terug gelopen is. In dit geval moet dan wel eerst getraind worden om de volledige bewegingsomvang weer op het normale niveau te brengen door rek- en mobiliteitsoefeningen. Indien de bewegingsomvang weer normaal is, kan met krachttraining worden begonnen.

Karakteristiek Kiesertraining 

  • Meetbaar resultaat;

  • Productontwikkeling volgt de stand van de wetenschap, niet van de mode;  

  • Investeringszwaartepunt zijn technologie en opleiding;

  • Het aanbod richt zich meer op de noodzaak, dan op de wens.

Goede eigenschappen bij een medische Kiesertraining

  • Snel resultaat door de beperking op productieve activiteiten;  

  • Zekerheid door advies van een arts;

  • Geringe tijdsinvestering 1-2 maal per weeksteeds 25-35 minuten;

  • Geen leertijd (coördinatie) dankzij vaste bewegingsbaan.

Principe Kiesertraining

De Kiesertraining is anaëroob lactisch en wordt uitgevoerd totdat een spiergroep dusdanig verzuurd is, dat geen herhaling meer uitgevoerd kan worden. Een trainingseenheid duurt 60-90 seconden en bestaat uit 6-9 herhalingen, waarbij elke herhaling langzaam uitgevoerd wordt met een frequentie van 4 seconden voor de concentrische fase, 2 seconden pauze in een volledige contractie (isometrisch) en weer 4 seconden voor de excentrische fase.
Er kan dus een gewicht gekozen worden, waarbij men in 60 s. 6 herhalingen kan uitvoeren of een gewicht waarbij men in 90 s 9 herhalingen kan uitvoeren. Het is niet de bedoeling dat de frequentie verhoogd wordt, want dit gaat ten koste van de technische uitvoering en geeft daarmee een minder effect van de training.
De spieren die een bepaalde beweging uitvoeren, worden geďsoleerd getraind. De instelling van een machine is dusdanig dat de gewrichtsas en het draaipunt van de bewegingsarm overeenstemmen.
Indien het aantal herhalingen boven genoemde getallen uitstijgt, dan wordt een volgende keer een gewicht gekozen dat 5% hoger ligt. Wordt het aantal herhalingen niet gehaald, dan kiest men een gewicht dat 5% lager ligt.
Wat houdt dit in voor de planning van de training? In het begin niet veel, omdat het spectrum waarbinnen de spieren reageren nog tamelijk breed is. Eerst dan wanneer de spierkracht aanzienlijk gestegen is, moet men meer individueel trainen.

Wanneer men b.v. uitsluitend de benen traint, dan kan men geleidelijk ook een krachttoename in de spieren van de romp vaststellen. Dit feit is natuurlijk minder alsook de spieren van de romp getraind worden. Maar het effect is er. Het doet zich echter slechts voor wanneer grote spiergroepen van heup en benen getraind worden. Nieuwe studies laten een aanzienlijke stijging van het testosterongehalte zien na een training, wanneer men tegelijkertijd grote spiergroepen met zware lasten traint, dan wanneer men slechts kleine spiergroepen traint. Daarom stelt men een logische volgorde voor om spiergroepen te trainen.
  Eerst de grote spiergroepen:
  §  Bil-, bovenbeen-, buik- en lage rugspieren;
     Vervolgens de kleine:
  §  hoge rug-, borst- en schouderspieren. Spieren van de bovenarmen, van de hals alsook de
       onderbeen-   en onderarmspieren.
Wanneer we dit betrekken op de gewrichten, dan is de volgorde:
  1. Heupgewricht;
  2. Kniegewricht;
  3. Lumbale wervelkolom;
  4. Schoudergewricht;
  5. Halswervelkolom;
  6. Ellebooggewricht;
  7. Enkelgewricht,
  8. polsgewricht.

Wanneer men het trainingsprogramma van Kieser volgt, waarbij men nagenoeg het gehele spiercorset traint, dan bestaat het programma uit 20 verschillende oefeningen. Men gaat van toestel naar toestel en er is nauwelijks pauze tussen de verschillende oefeningen.

Kieser gaat uit van krachttraining, waarbij wordt gewerkt met MedX apparatuur die ontwikkeld is door Arthur Jones - eerder ontwikkelaar van de Nautulus apparatuur. Zijn apparatuur hebben intrede in de medische wereld gedaan toen hij apparatuur ontwikkelde, waarmee het mogelijk was de lage rugspieren, lumbaalextensoren, geďsoleerd te testen en te trainen..

Lage rugproblematiek
Zoals bekend worden veel mensen zo nu en dan geconfronteerd met lage rugproblematiek in welke vorm dan ook. 60-80% heeft zo af en toen wel eens problemen in deze regio, doch 20-30% hebben te kampen met chronisch lage rugpijn. De chronische lage rugpijn wordt de laatste 10 jaar meer en meer als een multidimensionaal syndroom gezien, waaraan verschillende oorzaken ten grondslag kunnen liggen, om er eens enkele te noemen; fysische- en psychische predispositie, persoonlijkheidsstructuur, socio-economische componenten e.a.
Chronische rugpijnen leiden veelal tot een aanzienlijke beperking van de levenskwaliteit van de betrokkene. Veel chronische rugklachten werden te vaak als zuiver psychogeen aangemerkt.
Reconditionering (= verbetering van het lichamelijke prestatievermogen, in het bijzonder de kracht en beweeglijkheid van o.a. het lage ruggebied) wordt in toenemende mate gezien als een beslissende pré-, postoperatieve of zelfs een operatie besparende behandelingsmodaliteit.
Chronische lage rugpatiënten vertonen veelal geatrofieerde paravertebrale lage rugmusculatuur, vooral de lumbale extensoren.
Bij veel lage rugpijnen treft men een segmentinstabiliteit aan. Elkaar opvolgende blokkades van de gewrichtjes van de wervelkolom (ruggengraat)  komen vaak voor (beschermingsmechanisme van de wervelkolom om de stabiliteit te herstellen). Overbeweeglijke en slecht beweeglijke segmenten worden vaak tegelijkertijd aangetroffen. De pijn in een bewegingssegment leidt tot een remming van de spier met een verlies aan kracht, uithoudings- en coördinatief vermogen. Verder kunnen musculaire onbalansen ontstaan, die een afwijking in de houding teweeg brengen.
Het klassieke afwijkingspatroon van een patiënt met chronische lage rugklachten is een voorover gekanteld bekken met verzwakte strekspieren van de wervelkolom waarbij deze spieren eveneens een lagere spiertonus hebben.
De pijnpunten (triggerpunten) in de spieren van de bekken- en nek- en schouderspieren stralen pijn (referred) in de armen en benen. Dit geheel is o.a. door Brügger uitvoerig beschreven.
Omdat de laatste jaren in het bijzonder de zwakte van de strekkers van de lende als primaire factor voor lage rugpijn gezien wordt, moet het prestatievermogen van deze spieren onderzocht worden. Dit is belangrijk om voor het opstellen van een goed therapieprogramma.

Aanvullende therapiemaatregelen

Het is algemeen bekend, dat bij chronische lage rugpijn de totale rompspieren verbeterd (getraind) moeten worden.
De kracht van de strekkers van de lende kan gerekend worden tot de zwakste in de bewegingsketen, die de lendewervelkolom stabiliseert. Daarom is versterking van deze spieren het belangrijkste doel van de therapie.
Zoals reeds vermeldt, hebben de “steunorganen” van de wervelkolom wezenlijk belang bij de stabilisatie van de bewegingssegmenten. In het bijzonder de buikspieren, bilspieren, hamstrings, de buitenste rompspieren alsook de borst- en schouderspieren moeten in het kader van een medisch trainingsprogramma volgens Gustavsen versterkt worden. Genoemde spiergroepen moeten met trainingsapparatuur versterkt worden, die de spieren geďsoleerd kunnen trainen met een variabele weerstand, zoals b.v. de Nautilus apparatuur of de MedX-exercise-Serie.
Oefentherapie (coördinatietraining,  rekkingsoefeningen, scholing van de lichaamshouding) kunnen noodzakelijk zijn, alsook passieve maatregelen voor regeneratie of pijnbestrijding bij hardnekkige probleemgevallen. De passieve maatregelen moeten tot het absolute minimum beperkt worden. Zij hebben met het eigenlijke doel van de therapie - functieverbetering van de wervelkolom slechts indirect te maken.
In de eerste 3 – 4 weken van een weerstandstraining wordt de toename van kracht hoofdzakelijk bewerkstelligd door een verbetering van de neurale rekrutering.

Voorbeeld

Procedure van de therapie

Onderzoek arts
©  Indicatie/contraindicatie
©  Therapieprogramma (1-2x/wk,12-18 sessies),

Phase 1
©  Apparaatinstelling en gewenning
©  Duur: 2-4 sessies
©  Isometrische test van de maximale kracht

Phase 2
©  Spieropbouw
©  Statische test

Afsluitend onderzoek arts
©  Vastlegging verdere procedures

Doel van de therapie
©  Verbetering van de functionaliteit door:
    
˛ Vergroting van de kracht van de rugspieren
    
˛ Verbetering van de beweeglijkheid van de wervelkolom

©  Pijnreductie

Zie ook: www.kieser-training.com

 
 

Kiesercentrum in Goch (D)
 










 

 

 

 

 

 

 

Meten kracht van de lage rug
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Meten kracht van hals (nek)
 

 

 

 

 

 

Deze pagina is gereviseerd op 15 november 2008